Vietnamoorlog

 

Met het begin van de bombardementen op Noord-Vietnam, door de Amerikaanse  luchtmacht, in februari 1965 kwam de luchtverdediging van Noord-Vietnam voor een moeilijke opgave te staan, waar ze niet op voorbereid was. De Amerikaanse vliegtuigen vlogen zo hoog, dat het door Vietnamesen gebruikte afweergeschut niet bereikte.  De Sovjetunie en andere socialistische staten stelden moderne luchtverdedigingsmiddelen tot hun beschikking. Daaronder waren moderne luchtafweerraketten en de daarbij horende elektronica voor het vroegtijdig opsporen, het volgens en de vernietiging van vijandelijke vliegtuigen. De Vietnamesen beschikten echter over weinig specialisten die over de kennis beschikte die nodig is bij zulke complexe systemen.

De DDR schoot Vietnam te hulp. Vrijwilligers uit het Oost-Duitse leger (NVA), die gespecialiseerd waren in luchtverdedigingstechnieken gingen Vietnamese officieren en soldaten trainen. De DDR had van alle Warschaupactlanden de hoogste dichtheid van luchtverdedigingssystemen. 

Vietnam accepteerde de hulp. Vooral de ontwikkelingshulp en de specialisten voor de opbouw en organisatie van een modern luchtafweernetwerk waren welkom. In 1965 stuurde de NVA de eerste soldaten richting Vietnam. Daaronder waren een aantal specialisten over de inzet van luchtafweerraketten. Gelijkertijd kwamen er ook Vietnamese officieren naar de DDR. Het grootste probleem in Vietnam was de beperkte transportmogelijkheid. Noord-Vietnam had een verdubbeling van zijn personeelsbestand nodig om de technische en tactische normen van de NVA te halen.

Ondanks alle moeilijkheden lukte het om in een korte tijd, in Noord-Vietnam een luchtverdedigingssysteem op te bouwen, die ook volgens westerse begrippen na de DDR het tweede beste luchtverdedigingssysteem van de communistische landen had. De Vietnamese officieren en soldaten kenmerkten zich door een zeer grote bereidheid als ook goede leerlingen, waardoor ze snel ingezet konden worden.

   

Terug