Trabant

 

De Trabant was een merk van de autofabrikant VEB Sachsenring fabriek Zickau.

De Trabant, in de volksmond ook wel Trabi, overdekte bougie of tweetakt vervoershulp genoemd, was naast de Wartburg, Skoda, Moskowitsch en Lada het meest dominerende automerk. Door verschillende oorzaken, waaronder wanbeleid, moesten Oost-Duitsers vaak lang wachten op de levering van hun auto. Wachttijden tot wel 10 jaar waren eind jaren ’80 niet ongewoon. Een auto was een echt luxe artikel, de prijs in relatie tot de kwaliteit was erg hoog. Een Trabant 601 koste in 1988 ongeveer 12.700 mark, dat was 10-17 keer het maandsalaris van een goedverdienende arbeider.

Hoe het begon 

Voordat de Trabant gebouwd werd, rolde uit de fabriekshallen in de sovjet bezettingszone in 1955 al een luxe auto, de P240 Sachsenring. De P240 was bedoelt als een statussymbool voor de leiding van het land. Echter de partij wilde ook een volksauto. Daarom ging de autofabrikant, ten koste van de P240, in 1951 de Trabant produceren.   

Kwaliteitscontrole tijdens de productie van een Trabant 601:

In 1957 werd de Trabant P50 gepresenteerd aan het volk. Het autootje had een topsnelheid van wel 90 kilometer per uur.  Daarna volgde in 1962 de Trabant 600 (P60) met een motorinhoud van 600 cm3 en 23 PK. In 1964 kwam bij de nieuwe motor ook een nieuw carrosserie, dit model werd de Trabant 601. Met enkele kleine wijzigingen is dit model zo’n 26 jaar tot juli 1990 lang geproduceerd. 

 
De P50

De P601 is in verschillende uitvoeringen gebouwd, als limousine, de combi en ook als jeep. De jeep is hoofdzakelijk gebruikt door het leger, echter enkele exemplaren zijn ook door de boswachterij gebruikt. De jeep werd ook als civiele versie geëxporteerd, voornamelijk naar Griekenland. Deze export leverde de DDR weer de hoognodige buitenlandse deviezen op. Kortstondig is er ook nog een pick-up versie van de Trabant gebouwd.   


De P601

Het einde van de productie

In 1990 kwam een grote technische vooruitgang in de Trabant. De Trabant 1.1 werd gelanceerd met een in licentie gebouwde VW viertakt motor. De Oost-Duitse regering sloot in de jaren ’80 een contract met Volkswagenconcern, zodat de VW-Alphamotoren op de fabriekslijnen in de DDR gemaakt konden worden. De koop en de bouw van de nodige machinies en de omschakeling van de fabrieken koste de DDR zo’n 7,69 miljard mark. Zo bleef er geen geld over voor een nieuw design van de modellen van Trabant, Wartburg of Barkas. Zo moesten de nieuwe motoren in de oude carrosserie geplaatst worden.  Het optische verschil tussen de P601 en de P1.1 is minimaal, maar technisch is er veel winst geboekt. De P1.1 had een 4-takt motor met waterkoeling, schijfremmen aan de voorkant, moderne veersystemen aan beide assen, een nieuw ontwikkelde 4 versnellingsbak met een versnellingspook en een nieuwe stuurinrichting. 

Ondanks al die vernieuwingen had de Trabant 1.1 in het verenigde Duitsland geen kans. Dit lag niet aan het onveranderde uiterlijk of de hoge prijs. De inwoners van het voormalige Oost-Duitsland wilde na 40 jaar een ’west’auto hebben. Na 1990 vonden daarom ook veel Trabi’s een treurig einde op de sloop. Op 30 april 1991 rolt de laatste Trabant, een roze, van de band. Het Volkswagenconcern kocht de fabriek op, demonteerde de productielijn en sloopte het grootste deel van de gebouwen in Zwickau.  


Trabant 1.1

 

De modellen:   

Type    Bouwjaar   Aantal  
P50 1958-1962  ca. 131.435 
P60 1962-1964 (de combi tot 1965) ca. 107.007  
P601 1963 (nul-serie)  ca. 150  
1964-1990(de combi vanaf 1965, de jeep vanaf 1966)  ca. 2.848.434  
P1.1 1988-1991 ca. 38.994

Reclamefilmpje:

 

Nederlandstalige reclamefilm:

 

Terug             Naar de fotopagina