Plattenbau

 

Na de oorlog lagen grote delen van Duitsland in puin. Er was veel vraag naar nieuwe woningen. Onder Walther Ulbricht werden er wel woningen gebouwd, maar het aanbod kon niet voldoen aan de vraag. Toen Honecker aan de macht kwam veranderde er veel.

Een groot deel van de bevolking woonde in verouderde woningen, vaak krotten. Slechts 39 procent van de woningen had een bad of een douche, 36 procent een toilet binnen en slechts 25 procent had warm water. Honecker wilde dit veranderen en maakte van de woningbouw zijn paradepaardje.

In de jaren ’70 en ’80 zijn er zo’n drie miljoen nieuwe woningen gebouwd. Dit volgens een prefab-systeem. Hier stamt dan ook de naam ‘Plattenbau’, platenbouw vanaf.
Hele wijken, al dan niet hele steden, werden volgebouwd met flats die in een fabriek zijn voorbereid. De woningen waren van alle gemakken voorzien. Zo was er; centrale verwarming, stromend warm en koud water en hoefde men het toilet niet meer te delen omdat nu elke woning een eigen wc had.
Veel Oost-Duitsers waren dan ook erg gelukkig als zij een nieuwe woning toegewezen kregen.

De huren van de woningen werden kunstmatig laag gehouden. Bewoners betaalden slechts 1/3 van de kostprijs. Dit werd een van de gigantische kostenposten, waardoor het Oost-Duitse regime failliet is gegaan.

Als gevolg van de nieuwbouw, was er geen geld om oude woningen op te knappen. Veel oude en historische panden zijn dan ook ingestort. Na de hereniging werden grootte hoeveelheden geld gestoken in het restaureren van historische panden. Nu, 15 jaar na de hereniging, is men nog steeds hard bezig om gebouwen te restaureren. Echter soms is de hulp te laat getuige dit ingestorte pand in Stendal.

Terug