Kampfgruppen der Arbeitersklasse in der DDR

De oprichting van de “Kampfgruppen der Arbeitersklasse in der DDR” (een paramilitaire organisatie) gaat terug naar het jaar 1953. Op 17 juni van dat jaar was er een grote demonstratie in Berlijn, in navolging van demonstraties in Praag, tegen het communistische regime. Een nachtmerrie voor de politici van de regerende SED. Door de inzet van Sovjet-tanks werd de demonstratie uit elkaar geslagen. Door de oprichting van Kampfgruppen, die streng geleid werden door de partij, hoopte ze elke vorm van openlijke oppositie te onderdrukken. Bovendien werd nu ook de kans verkleint dat er gewapende aanslagen op belangrijke bedrijven werden gepleegd.

De oprichting van de Kampfgruppen paste in de Marxistisch- Leninistischelijn van de bewapende arbeidersklasse. Partijleider Erich Honecker zei in 1983 bij de festiviteiten voor het 30 jarige bestaan van de Kampfgruppen het volgende over de oprichting: “onze partij heeft de Kampfgruppen in het leven geroepen en verder ontwikkelt omdat onze partij werkt volgens het Leninistische principe; de revolutie is alleen iets waard, als hij ook te verdedigen is.”

De Rote Frontkämpferbund, een voorloper van de KdA, die in de Spaanse burgeroorlog tegen het Fascistische leger van generaal Franco werd ingezet en de in juni 1924 opgerichte knokploeg van de communistische partij Duitsland (KPD) waren de voorlopers van de nieuwe Kampfgruppen der Arbeitersklasse. De knokploeg van de KPD vocht overigens regelmatig met leden van Hitlers S.A. 

Elk groot bedrijf had zijn eigen bewapende groep, om het eigendom van het volk te beschermen. Je trad vrijwillig toe tot de Kampfgruppen om zo de partij en de republiek te dienen. Dit vrijwilligerswerk had het voordeel dat je niet kon worden opgeroepen voor de dienstplicht. Vanaf 25 jaar kon je jezelf opgeven als lid, echter je mocht tevens niet lid zijn van de GST, DRK en de Zivilverteidigung. Ieder lid trainde samen met zijn groep een keer per maand, in het weekend, zo’n 136 uur per jaar. Bij een twintigjarig lidmaatschap kreeg je, als je gepensioneerd was, 100 mark in de maand meer pensioen. Iedere “Klassenkämpfer” was bewapend met een pistool of een Kalaschnikov. Pas als het conflict uit de hand liep, worden zwaardere wapens (granaatwerpers, mortieren, luchtafweergeschut, antitankwapens, etc.) ingezet. Een deel van de gemotoriseerde troepen had de beschikking over de pantserwagen SPW 152 die bewapend was met granaatwerpers, pantser en luchtafweerwapens. Aan het begin droegen de Kämpfer een blauwe overal met aan de linker bovenarm een rode armband. Later zijn ze overgestapt op een olijfgroene tweedelige gevechtspak, bijna gelijk als wat de NVA ook droeg. Vanaf 1970 deden de Kampfgruppen mee aan oefeningen van de NVA. In 1980 bereikte de Kampfgruppen een sterkte van zo’n 187.000 man. In de jaren ’80 waren er 39 gemotoriseerde bataljons, 428 gemotoriseerde Hundertschaften (een legergroep met de sterkte van 100 man) en 2.164 niet gemotoriseerde troepen die gedeeltelijk tot Hundertschaften samengevoegd waren.

 

            Rangen van de Kampfgruppen                                     Overzichtskaart met de eenheden van Kampfgruppen

Op 1 mei 1954 treden de Kampfgruppen voor het eerst openlijk naar buiten. Tijdens de grote militaireparade dragen ze een blauwe overal met een rode armband waarop het opschrift “Kampfgruppen” staat. Maar de bekendste inzet van de KdA was bij de aanleg van de Berlijnse muur op 13 augustus 1961. Tussen de 5.000 en 8.000 Kämpfer zijn toen ingezet om de grens met West-Berlijn af te schermen. Op 23 augustus van hetzelfde jaar konden de Kämpfers weer van de grens vertrekken. Er werd openlijke en feestelijk afscheid van hun genomen. In het najaar van 1989, waarbij in veel Oost-Duitse steden werd gedemonstreerd tegen het regime, werden ook de Kampfgruppen ingezet. Maar tegen de demonstranten die “geen geweld” riepen waren de Kampfgruppen volledig machteloos. In veel steden weigerde ook veel Kämpfer de mobilisering, omdat het om hun eigen kinderen ging.

De Kampfgruppen hadden ook hun eigen tijdschrift/krant, “Der Kämpfer” genaamd. Het blad stond vol met propaganda-artikelen en foto’s, waarbij het werk wat de KdA deden werd verheerlijkt. De laatste oplage verscheen in November 1989.  

Na het vallen van de muur en de vereniging met West-Duitsland loste de Kampfgruppen geruisloos op. Tijdens zijn bestaan had de KdA gemiddeld zo’n 400.000 vrijwilligers. In 1989, waren er een half miljoen mensen lid, dat is ongeveer 1 op de 36.

 Terug                       Naar de fotopagina