Interflug was de staatsluchtvaart maatschappij van de DDR. Interflug vloog van 1958 tot 1991. De vliegtuigmaatschappij was in de begin jaren, de tweede luchtvaartmaatschappij van de DDR. De Deutsche Lufthansa (DLH) was een maatschappij die zich vooral op lijndiensten richtte en Interflug moest de chartervluchten verzorgen. In West-Duitsland was er ook een Lufthansa, dit bedrijf had de logo’s en vlaggen van het vooroorlogse Lufthansa overgenomen. Deze West-Lufthansa voorkwam dat de Oost-Lufthansa liud werd van internationale organisaties. Ook het vliegen naar westelijke bestemmingen werd voor de Oost-Lufthansa steeds moeilijker. De oprichting van Interflug bood voor dit probleem een uitweg.

Het zwaartepunt in de begin jaren van Interflug, was het vliegverkeer verzorgen tijdens de halfjaarlijkse beursen in Leipzig. Interflug bezat in het begin nog geen eigen vliegtuigen, daarom ‘leende’ men deze bij de Deutsche Lufthansa.

Begin van de jaren ’60 verscherpte de strijd om de naam Lufthansa. West-Lufthansa spande een rechtszaak aan tegen Oost-Lufthansa bij een rechtbank in Joegoslavië. De vliegtuigen, vliegvelden en landingsrechten gingen over van de Oost-Lufthansa naar Interflug. Deutsche Lufthansa hief zich op en zo werd Interflug de enigste luchtvaartmaatschappij van de DDR. 

Interflug richte zich vooral op de vliegverbindingen met de socialistische broederstaten. Zo werd er op Moskou, Vilnius, Warschau, Praag, Budapest, Sofia, Belgrado en Tirana gevlogen. Later kwamen ook het Midden Oosten, noord Afrika en Azië in vliegbereik. 

Het straaltijdperk van Interflug begon in 1968, toen de Tupolew Tu-134 werd ingevoerd. Dit vliegtuig heeft tot het einde bij Interflug gevlogen. Op 11 augustus stortte een Iljuschin Il-62 bij Königs Wusterhausen neer, daarbij kwamen alle passagiers en bemanningsleden om het leven.

Midden jaren zeventig kwamen er steeds meer vliegbestemmingen bij. Het zwaartepunt richtte zich op de socialistische staten, hierbij horen ook Cuba en Vietnam, maar ook Scandinavië, Oostenrijk en België kwamen erbij.  In de jaren ’80 was er een oliecrisis. De olieprijs was zo hoog dat vliegtuigmaatschappijen niet meer winstgevend waren. Dit in combinatie dat er steeds striktere geluidsnormen in west-Europa kwamen, was het voor Interflug steeds moeilijker om te vliegen. De vliegtuigindustrie in de Sovjetunie kon hier geen oplossing voor bieden. De oplossing kwam vanuit een onverwachte kant, namelijk het west-Europese Airbus. Interflug kon tegen een schappelijke prijs een aantal moderne Airbus 310 kopen. Airbus probeerde zo de markt van oost-Europa open te breken. Met deze nieuwe Airbussen kon Interflug de concurrentie aan met de west-Europese maatschappijen.   

Interflug verzorgde naast buitenlandse vluchten ook binnenlandse vluchten. Zo waren er vluchten op Barth, Berlijn, Leipzig, Karl-Marxstadt, Erfurt en Dresden. Het Oost-Duitse leger charterde af en toe ook een Interflug vliegtuig. De meest bekende inzet was de hulptransporten naar Angola en Mozambique. 

In 1989 gingen de zaken goed voor Interflug, het qua grootte ongeveer te vergelijken met de Griekse luchtvaartmaatschappij Olympic. Echter in 1990 gingen de zaken snel achteruit. Lufthansa had aangegeven een 100% belang in Interflug te willen nemen. Echter dit werd niet goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten. In de tussentijd bemoeide British Airways ook met Interflug. Zij wilde hun monopolie, die ze samen met Air France en een aantal Amerikaanse maatschappijen, op de vluchten naar Berlijn hebben, niet verliezen aan een Duitse maatschappij.

Al deze plannen gingen niet door, op 7 februari 1991 werd Interflug failliet verklaard. De laatste vlucht was van Wenen naar Berlijn op 30 april 1991.

Terug