Gastarbeiders

 

Het klinkt misschien vreemd, maar ook in Oost-Duitsland waren er gastarbeiders aan het werk. Echter er is wel een groot verschil met de gastarbeiders in het westen.

Vanaf 1955 kwamen er vanuit Vietnam regelmatig scholieren en studenten naar de DDR. Zij haalden in Duitsland allerlei diploma’s en werden leerden allerlei vaardigheden. Dit heeft geholpen bij de opbouw van Vietnam na de oorlog.
In het kader van een solidariteitsactie kwamen in 1955/56 348 kinderen, in de leeftijd van 10 tot 14 jaar, naar Oost-Duitsland. Vele van deze kinderen gingen pas toen ze volwassen waren terug naar Vietnam.

In het begin van de jaren ’80 kwamen er gastarbeiders naar de DDR. Door een verdrag tussen de DDR, Vietnam, Cuba, Algerije, Angola en Mozambique was het mogelijk dat buitenlandse arbeiders aan de slag gingen in Oost-Duitsland. In 1980 was het aantal nog klein, maar van 1980 tot 1984, kwamen er reeds 8.840 Vietnamesen werken in de DDR. Vanaf 1987 steeg het aantal. In 1987 kwamen er 20.446, in 1988 30.552. Zelfs in 1989 kwamen er nog 8.688 Vietnamese gastarbeiders. In totaal kwamen er ongeveer 91.000 gastarbeiders, waarvan 70.000 Vietnamesen naar de DDR.
Er werd gewerkt met een roulatieprogramma, dit om te zorgen dat er zoveel mogelijk Vietnamesen de kans kregen om in de DDR te werken. Hiermee verschild Oost-Duitsland dus sterk met West-Duitsland. In West-Duitsland bleven de gastarbeiders totdat ze een verblijfsvergunning hadden. Door het roulatiesysteem kregen de Vietnamesen geen kans om te integreren, bovendien was door Vietnamese regering besloten dat contacten tussen Vietnamesen en Duitsers ongewenst was. Dit om een komende remigratie niet moeilijker te maken.
Deze golf van arbeidskrachten was nodig, omdat er in de DDR een chronisch tekort was aan arbeiders. Ongeveer 75% van de gastarbeiders deed ongeschoold werk. En 85% werkte in de industrie, voornamelijk de chemische en de auto-industrie.



De gastarbeiders waren niet alleen goed voor Oost-Duitsland, ook Vietnam profiteerde er erg van. Vietnam had erg te kampen met de problemen die bij een hoge werkloosheid horen, door arbeiders naar elders te sturen loste de problemen zich langzaam op. Tevens leerde de arbeiders allerlei vaardigheden, waar ze bij de terugkeer in Vietnam van konden profiteren. De DDR betaalde per jaar 180 mark per arbeider aan Vietnam, zelf droegen de arbeiders ook nog eens 12% van hun loon af voor de wederopbouw van hun land. Hierdoor haalde Vietnam in de laatste jaren zo’n 200 miljoen mark op. Vietnam kon met dit geld gaan investeren in gratis onderwijs en hun arbeidsmarkt.
Net als in het westen kwamen de gastarbeiders voor het geld. Met dit geld konden de arbeiders hun veelal grote familie onderhouden.

In 1990 kregen de nog in de DDR verblijvende gastarbeiders de keus, ze mochten gaan of ze mochten hun arbeidsperiode afronden. Als een arbeider er voor koos om het land te verlaten kregen ze een vertrekbonus van 3000 mark.
Velen hebben gekozen om te blijven, in 1997 waren er nog 27.000 Vietnamese gastarbeiders in Duitsland. De Vietnamesen waren na de Russische troepen, 350.000 man, de grootste groep buitenlanders in de DDR. Als derde waren de Polen met 52.000 man.

Terug