Dienstweigeren


In de bouweenheden konden dienstplichtigen, die de dienst met wapens uit religieuze of andere gronden afwijzen, hun dienstplicht uitvoeren. De “bouwsoldaten” kregen geen wapens, maar ze moesten wel militaire installaties bouwen, schades repareren en bij een eventuele ramp hulp bieden. In tegenstelling tot normale soldaten legde de bouwsoldaten geen eed op de vlag af, maar een belofte. Daarmee verplichte de bouwsoldaten zichzelf om zich in te zetten voor de verdediging van hun land. De wapendienstweigeraars droegen wel een normaal legeruniform, echter hun rang ‘Bausoldat’ stond wel aangegeven op hun rangtekens op de schouder en in hun dienstboekje. In totaal waren er tussen 1964 en 1990 ongeveer 12.000 tot 15.000 ‘Bausoldaten’ tegenover 2 tot 3 miljoen dienstplichtigen.


Rangteken voor de 'Bausoldat'


Naast deze ‘Bausoldaten’ waren er ook nog totaal weigeraars. Deze mannen riskeerde een gevangenisstraf van 4 en 24 maanden. Veel van deze weigeraars waren Jehova getuigen. In november 1985 werden alle dienstweigeraars vrijgelaten. Vanaf dat moment werden weigeraars niet meer bestraft. Tussen 1964 en 1989 werden 3.144 dienstweigeraars veroordeeld.

Terug    Terug naar Nationale Volksarmee