Blockparteien

 

In de Sovjetbezettingzone mochten alleen partijen worden opgericht met een antifascistisch karkater. Dit leidde tot de oprichting van verschillende partijen. De schijn van een meerpartijen stelsel was zo gegarandeerd. In de praktijk kwam het er op neer dat de SED het voor het zeggen had. Een echte oppositie ontbrak omdat de andere partijen zich enkele en alleen op nuances zich onderscheidde van de SED. Spectaculair was het dan ook dat de CDU tegen een wetsvoorstel stemde om abortus te legaliseren. Er word gezegd dat dit veto vooraf is bekonkeld met de SED.

De verkiezingen in de DDR waren eigenlijk een grote farce. De kiezers konden instemmen met de eenheidslijst of niet. Keuze tussen de partijen was er niet, want zij vormde een blok.
Voorafgaand aan de verkiezingen was er al afgesproken hoeveel zetels de partijen zouden krijgen.


De Volkskammer in 1984

 

De ‘Blockparteien’


Demokratische Bauernpartei Deutschlands

De DBD, Demokratische Bauernpartei Deutschlands, werd  op 17 juni 1948 opgericht. Dit was een wens van de SED. De SED wilde met de oprichting van de boerenpartij, de macht van de liberalen en christelijke partijen op het platteland verminderen. De partij had als doel de boeren te winnen voor het socialisme. De DBD volgde in grote lijnen het beleid van de SED.



Nationaldemokratische Partei Deutschlands
 

De NDPD,  Nationaldemokratische Partei Deutschland, werd op de zomer van 1948 opgericht. De partij moest de voormalige Nazipartijleden een politiekdak bieden. De partij vond vooral steun in de ‘middenklasse’ en uit de gelederen van voormalige beroepssoldaten. De NDPD moest een tegenhanger zijn van de LDPD (de liberalen).
De NDPD zette zich o.a. in voor de terugkeer van de Duitse krijgsgevangen uit Rusland. De partij was volgens hetzelfde partijstructuur opgericht als die van de SED. Eind jaren ’80 had de NDPD in de DDR zo’n 110.000 leden.
 


Liberal-Demokratische Partei Deutschlands

De LDPD was een van de eerste politieke partij in de DDR. De LDPD werd op 5 juli 1945 opgericht. De partij wilde zijn eigen beleid voeren, echter vanaf 1949 zochten ze steeds meer nadering tot de SED. In 1952 zette ze zich in voor de opbouw van het socialisme. Ze ondersteunde actief de omvorming van particuliere bedrijven naar staatsbedrijven. De partij bracht ook een krant uit: “Der Morgen“. Der Morgen was een dagblad. Na de val van de muur was het de eerste krant van de DDR die zich had losgeweekt van het regime. Ze plaatste voor het eerste kritische bijdrages van lezers.
 


Christlich-Demokratische Union der DDR
 

De CDU werd op 26 juni 1945 door een groep christen-democratische politici opgericht. Tot eind jaren ’40 volgde de partij zijn eigen koers, hierdoor botste het nog wel eens met de SED.
Na de jaren ’40 kwam er meer toenadering tussen de CDU en de SED. Het uiteindelijke politieke doel van de CDU werd het socialisme. Deze kleurwisseling ging ten kostte van veel leden: er waren in 1947 218.000 leden en in 1950 waren er maar 70.000 leden.

Op 1 oktober 1990 ging de partij samen met de west-CDU. 

 


Sozialistische Einheitspartei Deutschlands

Onder de dwang van de Sovjetbezetter kwam er in april 1946 in Oost-Berlijn een vereniging tussen de SPD en de KPD tot stand. Dit gebeurde wel met verzet vanuit de kant van de sociaal-democratische SPD. De sociaal-democratische leider, Otto Grotewohl, moest zijn tegenstand onder druk van de Sovjet-Unie opgeven. Hij schudde de hand van de communistische leider Wilhelm Pieck de hand. Hiermee gingen de SPD en de KPD samen in de nieuwe SED. 

In de Tweede Wereldoorlog was een groep Duitse communisten gevlucht naar de Sovjet-Unie. Deze groep, bekend als de ‘Gruppe Ulbricht’, kreeg in Moskou politieke training van de Russische communisten. Na de oorlog was deze groep het nieuwe en leidinggevende kader van de DDR en de SED. 

Het ledenaantal van de schommelde sterk. Zo had de SED in 1948 zo’n twee miljoen leden, in 1950 waren dat er nog 1,75 miljoen, in juni 1951 volgde het dieptepunt met 1,221 miljoen leden.

In loop van de jaren groeide de macht van de SED steeds meer. Het loonde zich ook om partijlid te zijn. Aan het partijlidmaatschap hingen allerlei privileges. Hierdoor groeide ook het aantal leden: in 1961 waren er 1,6 miljoen leden in 1971 bijna 2 miljoen en aan het eind van de DDR had de SED 2.260.979 leden. 

De SED was de partij van de DDR. De partij had het grootste aantal zetels in het parlement, hiermee hadden ze echter nog geen meerderheid. Maar massaorganisaties zoals de FDJ en de FDGB hadden ook zetels hadden in het parlement. Deze organisaties waren eigenlijk marionetten van de SED. Hierdoor kon de SED doen en laten wat ze wilden, er was altijd een meerderheid in het parlement die hun steunde.

Terug