Begrüßungsgeld

 

Begrüßungsgeld heeft twee verschillende betekenissen. Het Oost-Duitse regime stelde van 1972 Begrüßungsgeld in als een soort kinderbijslag. Ieder kind werd begroet met een geldbedrag. Voor elk eerste kind kregen ouders 1000 mark en voor elk volgende kind 2500 mark.

Wachten op de uitbetaling van het begrüßungsgeld

Vanaf 1 september 1987 kreeg elke Oost-Duitse bezoeker die West-Berlijn of de BRD bezocht 100 mark begroetingsgeld. Bezoekers konden dit geld maximaal 1 keer per jaar bij het lokale gemeentehuis of bank ophalen. Om dit te controleren werd er een stempel in het paspoort of identificatiebewijs gezet. Tot de eerste september 1987 bedroeg het begroetingsgeld 30 mark. De DDR-reizigers konden toen ook nog 70 Ostmark ruilen tegen 70 DM.

In 1988 werd er voor 261.000.000 mark aan begroetingsgeld uitgekeerd.

Na de val de muur kwam het tot chaotische gebeurtenissen bij het uitbetalen van het begroetingsgeld. Er waren rijen van 10.000 DDR-burgers die geduldig wachten tot zij hun geld konden ophalen.

In de grensgebieden leverde het uitbetalen van het begroetingsgeld een explosie in de lokale economie op. Het begroetingsgeld werd meestal gelijk uitgegeven aan consumptieproducten. Dit zorgde ervoor dat veel super- en bouwmarkten binnen enkele uren waren uitverkocht.

Terug