Het begin

 

De DDR komt voort uit de bezettingspolitiek van de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog. Na deze oorlog lag Duitsland en de hoofdstad Berlijn voor een groot deel in puin. De Duitsers stonden voor een gigantische opdracht, ze moesten het puin opruimen, het land weer opbouwen en vervolgens ook nog een collectieve schuld op zich nemen. Op de conferentie van Potsdam, van 17 juli – 2 augustus 1945,  besloten de geallieerde leiders tot de verdeling van Duitsland in vier bezettingszones. Als uiteindelijke doel werd gesteld dat Duitsland in de loop van de tijd weer verenigd moest worden. Naast Duitsland werd ook Oostenrijk in vier bezettingszones verdeeld.

Berlijn in 1945

Hoe de geallieerden met de Duitse bevolking omging verschilde per bezettingszone. De leiders van de verschillende zones waren als een vorst over hun eigen stukje grond. Om toch een algemene lijn vast te houden werd er ook een overleg orgaan in het leven geroepen waarbij alle zoneleiders bij elkaar kwamen. Deze vergaderingen werden elke 10de, 20ste en 30ste van de maand gehouden.

De verschillende bezettingszones

De Fransen waren in hun zone het strengste voor de Duitse bevolking. In alle zones heerste honger, ten doel was gesteld om iedere Duitser 1500 calorieën per dag te geven. De Fransen vonden dat de Duitsers zichzelf moesten voeden, maar ook voor de voedselvoorziening van de Franse soldaten moest zorgen. Een goed voorbeeld van deze politiek is de verdeling van vlees. De Fransen, die numeriek in de minderheid waren t.o.v. de Duitse bevolking nam het grootste gedeelte van het beschikbare vlees tot zich. Hierdoor steeg de hongersnood alleen maar.
Ter vergelijking in de Amerikaanse zone was er ook veel honger, maar de Amerikaanse soldaten hadden hun eigen voedselpakketten die van overzee kwamen. Verder werd de lokale bevolking ook geholpen met ‘Care’pakketten. Deze pakketten bevatte het noodzakelijke voedsel.

Duitsland had al jaren een technologische voorsprong op andere landen. De bezetters wilde graag profiteren van deze kennis. Hele groepen wetenschappers werden ‘gevraagd’ of ‘gedwongen’ om mee te gaan naar het land van de bezetter. De meest bekende is Werner von Braun. Deze man was het hoofd van het ontwikkelingsteam dat de V1 en de V2 raket heeft gebouwd. Von Braun werd genaturaliseerd tot Amerikaan en heeft voor hen verschillende raketten ontworpen, waaronder de Saturn 5 waarmee de Amerikanen naar de Maan zijn gevlogen.
De jacht op wetenschappers ging zo ver dat de verschillende legers stiekem missies uitvoerde in een andere zone om daar mensen ‘op te halen’.

In de gezamenlijke overleggen tussen de geallieerden werd er afgesproken om de Duitse economie zo snel mogelijk weer aan de gang te krijgen. Het probleem hierbij was dat veel fabrieken in puin lagen. In de verschillende zones werd er hard gewerkt om de productie weer op te starten. De Russen hadden echter met de Duitsers nog een appeltje te schillen. Hun eigen land en hun eigen industrie was verwoest. Zij vonden dat hun eigen industrie eerst opgezet moest worden, de machines die in de Duitse fabrieken stonden waren hierbij heel erg behulpzaam. In Duitsland werden complete fabrieken ontmanteld en naar de Sovjetunie gebracht. Dit ging tegen de afspraken in, maar de andere Geallieerden durfden niet in te grijpen.

Naar mate de tijd voortduurde werd de armoede en honger steeds erger. De zwarte markt floreerde. In februari 1946 koste een pond boter 300 mark, een pond suiker 80 mark en een Chesterfield-sigaret 10 mark. De Duitsers hadden de grote crisis uit de jaren ’20 nog in hun achterhoofd. Zij werden dan ook steeds banger dat het geld niets meer waard zou worden. Er werd steeds meer gehandeld in de vorm van het ruilen van goederen. Vooral sigaretten waren een goed ruilmiddel. Deze ruilhandel was een doorn in het oog van de geallieerden. Als mensen hun eigen geld niet vertrouwen is het opzetten van een goede economie erg moeilijk. Tot zondag 20 juni 1948 betaalde mensen in de Westelijke bezettingszones nog met de oude ‘Reichsmark’. Op de 20ste juni werd overgeschakeld naar de nieuwe ‘Deutsche mark’. Deze kregen ze door urenlang in de regen te staan, zestig waardeloze ‘Reichsmarken’ door een loket te schuiven en naar huis te gaan met 40 nieuwe marken. Door deze geldsanering kwam er een einde aan de zwarte markt. Mensen hadden vertrouwen in hun munt en de winkels lagen plots vol met allerlei artikelen, de fabrieksschoorsteen rookte weer en het vrachtverkeerde denderde over de weg.  De Duitse economie in het westen kwam weer op gang.

Trümmerfrauen (puinvrouwen) aan het werk 
om een deel van de puinhopen op te ruimen

Ook politiek gezien kwam het leven weer op gang. In de Sovjetbezettingszone kwam de politiek het eerste weer opgang. Op 10 juni 1945 mochten daar weer politieke partijen opgericht worden. Op 27 augustus mocht er in de Amerikaanse zone weer politiek gedreven worden, de Engelse zone volgde op 15 september en in de Franse zone op 13 december. In de Sovjetzone werd de SED één van de toonaangevende partijen. Deze partij was voortgekomen uit een samenwerking tussen de communistische partij en de sociaal-democratische partij. De andere partijen in de Sovjetzone volgde de socialistische lijn van de SED steeds meer. In de westelijke zones volgde de partijen meer een kapitalistische weg.  Hierdoor ontstond er steeds meer frictie tussen de oostelijke en de westelijke bezettingszone.

Het handenschudden tussen de voorzitters van de KPD en de SPD na afloop van de oprichting van de SED.
Later is het schudden van de twee handen het logo van de partij geworden.

In 1946 zette de Amerikanen samen met de Engelse een Bizone op. Het doel hierbij was om te zorgen dat de economie makkelijker op gang kon komen. De westerse bezetters hielden vast aan hun grootste doel: economische herstel. Stalin, leider van de Sovjetunie, trok dit in twijfel, volgens hem was het herstellen van de economie alleen mogelijk in een Duitsland waar politieke eenheid heerst.

Op 7 juni 1946 werd een conferentie van minister-presidenten van de verschillende ‘Länder’ (regio’s) gehouden. Uit deze conferentie bleek een steeds groter verschil van mening tussen Oost en West.

Op 14 november 1946 had het partijbestuur van de SED, de meest toonaangevende en grootste partij in de Sovjetbezettingszone, de ‘Grondwet voor de Duitse Democratische Republiek’ aangenomen. Met deze grondwet aan de ene kant en de Bizone aan de andere kant werd er een duidelijke stap in de richting van de verdeling van Duitsland in twee landen gezet.

Terug